22 Manegepaarden - Proef i.3
Initiatie proef 3
Ella Plasschaert
Gabi
  C Diff
1 A-X
X
Binnenkomen in arbeidsdraf
Halthouden en groeten
Voorwaarts in arbeidsdraf
7
2 C Rechterhand 6
3 B-E-B Cirkel 20m 6
4 B Hoefslag volgen 6
5 K-X-M Van hand veranderen en daarbij

lichtrijden
7
6 C-X-C Midden korte zijde arbeidsgalop en

cirkel 1 x rond
6
7 C Hoefslag volgen 7
8 A arbeidsdraf 7
9 B-E-B Cirkel 20m 6,5
10 B Hoefslag volgen 7
11 H-B Van hand veranderen 6
12 A-X-A Midden van de korte zijde
arbeidsgalop rechts en cirkel 1 x
rond
6
13 A Midden de korte zijde arbeidsdraf 6
14 M Middenstap 7
15 A
X
Afwenden
Halthouden en groeten
7
In middenstap met de lange teugel
de rijbaan verlaten
   
 
1 Houding en zit van de ruiter;
(hoofd, schouders, bovenlichaam, heupen, rug,
armen, handen, benen, voeten en hielen)
Goede controle over het bovenlichaam,
elastisch versus stijf, losjes versus onstabiele
zit.
2 6
2 Effectiviteit van de hulpen;
De mogelijkheid van de ruiter om het paard
positief te benvloeden en het paard correct
voor te stellen volgens het scala van de
africhting.
Focus hoofdzakelijk op de ontspanning, de
aanleuning, rechtgerichtheid en evenwicht.
2 6
3 Precisie;
De mate waarin de oefeningen worden
voorbereid, de nauwkeurigheid van de
uitvoering van de figuren, de uitvoering op de
precieze plaats en het behoud van het correcte
tempo.
2 6
4 Algemene indruk;
Harmonie tussen ruiter en paard
Correctheid van de gangen.
Het gunstig presenteren van het paard
2 6
 
1ste fout
2de fout
3de fout
Andere fouten
Andere fouten
Andere fouten